Groep 1/2

Kinderen ontdekken dat iedereen uniek is

Kleuters gaan nog helemaal op in hun zintuiglijke indrukken. Zij leven met volle overgave in de hen omringende wereld. De psychische kwaliteiten die bescherming tegen ongunstige ervaringen kunnen bieden, zijn nog niet ontwikkeld. De omgeving waarin het kleine kind vertoeft, is daarom van groot belang. Wat er in die omgeving gebeurt, wordt zonder terughouding door de kleuter opgenomen.

Nabootsing en herhaling

De kleuter leert voor een groot deel door zijn natuurlijke drang tot nabootsing. Dat wat iemand als vanzelfsprekend doet, bootsen de kinderen in hun vrije spel na. Die drang tot nabootsing werkt positief uit op het kind. Ook herhaling, ritme en regelmaat bieden de kleuter houvast en wekken vertrouwen. Verhaaltjes, vingerspelletjes, liedjes en de vele vaste rituelen in de klas worden vaak herhaald. De kleuter geniet als hij al weet wat er komen gaat. Zo heeft de dag een vast ritme in de kleuterklas.

Inlevingsvermogen

Kleuters zijn meestal nog te zeer op zichzelf gericht om zich in te kunnen leven in de ander. Ze gaan ervan uit, dat de ander net zo denkt en voelt als zij. Langzamerhand beginnen ze overeenkomsten en verschillen op te merken. Ze ontdekken het anders-zijn van de ander.

Omgaan met conflicten

Verder leren de kinderen al doende om te gaan met conflicten, afspraken en regels. Situaties die zich voordoen in de klas, zijn belangrijke oefenmomenten voor het leren omgaan met conflicten.

Waarden en normen

Kleuters laten zich gemakkelijk beïnvloeden. Zowel positieve als negatieve invloeden krijgen alle ruimte, want waarden en normen beginnen zich nog maar net te ontwikkelen. Goed en slecht zijn nog vage begrippen en gedrag wordt beoordeeld op de materiële gevolgen en niet op de achterliggende bedoelingen.