Groep 3 en 4

Kinderen ontdekken hun eigen mogelijkheden, kenmerken, wensen, gevoelens, beperkingen en voorkeuren

Kleuter wordt leerling

De kleuter leert veel, maar hij mag dat op zijn kleuterwijze doen; hij wordt in geen enkel opzicht als ‘leerling’ benaderd. Voor kinderen vanaf groep 3 geldt dat wel, zij zijn echt leerling geworden. Zij hebben een meester of juf die hun vertelt en vooral laat beleven hoe alles in elkaar zit. Dat is natuurlijk een overgang, maar wel een overgang die praktisch elk kind met vreugde doormaakt. Voorwaarde is, dat de leerstof niet abstract maar beeldend en fantasievol wordt gebracht. Leerstof moet feitelijk leefstof zijn.

Toenemend ik-besef

Door het toenemend ik-besef en het besef bij een bepaalde groep te horen, gaan de kinderen in deze periode steeds nadrukkelijker reflecteren op zichzelf: mogelijkheden, beperkingen, (uiterlijke) kenmerken, wensen, gevoelens en eigenschappen. Nieuw daarbij is dat ze zichzelf ook steeds nadrukkelijker gaan vergelijken met anderen. Deze nadere kennismaking vraagt veel ondersteuning, gericht op de ontwikkeling van een realistisch en positief zelfbeeld.

Emotionele stabiliteit

Aanvankelijk zijn stemmingswisselingen nog heel gewoon. Langzaam maar zeker worden de kinderen evenwichtiger. In het begin kennen ze vaak nog veel angsten die voor een deel samenhangen met de veranderende schoolsituatie.

Identificatie

Kinderen in deze leeftijdsgroep identificeren zich nog heel sterk met hun ouders of verzorgers en ook met oudere kinderen. Daarnaast gaan ze zich meer richten op en identificeren met leeftijd- en seksegenootjes. Ze doen hierbij steeds meer ervaring op met agressief gedrag, eer ophouden, conflicten, wedijver, opkomen voor eigen recht en rekening houden met anderen.

Inlevingsvermogen

Door de voortgaande sociale ontwikkeling kan in deze leeftijdsperiode belangrijke vooruitgang worden geboekt in het leren omgaan met conflicten, afspraken en regels. Deze vooruitgang is mogelijk omdat de kinderen in toenemende mate in staat zijn zich te verplaatsen in de gevoelens, wensen, opvattingen en de situatie van anderen.

Waarden en normen

Ze worden wat onafhankelijker en gaan eigen gedrag en dat van anderen meer vanuit ethisch oogpunt beoordelen. Aanvankelijk worden spelregels en normen nog zeer star toegepast. In toenemende mate wordt gedrag echter beoordeeld op de bedoeling die erachter ligt.